Een Hollandse winter is pas een echte winter wanneer grachten, meren en plassen dichtvriezen en er weer lange tochten op natuurijs geschaatst kunnen worden. Dat de schaatstraditie die verankerd ligt in de Nederlandse cultuur, wordt weerspiegeld in de literatuur.

De oudst bekende dichtregels over het schaatsen - Hy leerde my op den yse gaen, lopen ende stille staen' - werden in 1264 geschreven door Jacob van Maerlant. Bredero, die in 1617 met een slee door het ijs zakte, was een van de eersten die hele gedichten aan het schaatsen wijdde. Sindsdien is het schaatsgedicht niet meer weg te denken uit onze literatuur.

Glad en wijd ligt het ijs is een gevarieerde bundel schaatsgedichten, die ernstige, romantische en nostalgische pozie bevat, van dichters als Bredero, Constantijn Huygens, Obe Postma, Johan dèr Mouw, Toon Tellegen en Anna Enquist.

Max Dohle is een verwoed lezer en schaatser. Hij stelde eerder de succesvolle bundels Op het ijs en IJsvrij samen. Met neerlandicus en schaatstopper Ben van den Burg koos hij de mooiste gedichten over schaatsen uit de Nederlandse en Friese literatuur.